Belichtingstijd

Uit FOK!wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Belichtingstijdknop.jpg

De belichtingstijd bepaalt, samen met het diafragma, de hoeveelheid licht die op de film terechtkomt. Bij een lange belichtingstijd staat de sluiter lang open en komt er veel licht op de film, bij een korte belichtingstijd staat deze kort open en komt er weinig licht op de film.

Op de meeste camera's is de belichtingstijd instelbaar. Meestal kan deze variëren tussen 1/1000 of 1/2000 seconde tot 1 of 2 seconden, maar sommige camera's kunnen nog langer of korter belichten. Bij een eenvoudige compactcamera is er meestal niks in te stellen: de camera bepaalt zelf de ideale belichtingstijd.

Bij professionelere camera's, zoals bijvoorbeeld een spiegelreflexcamera, is meestal te kiezen uit meerdere modi. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om de camera alles zelf te laten bepalen, zodat je alleen hoeft te klikken om de foto te maken. Dit wordt vaak de P-stand of programmastand genoemd. De camera bepaalt dan zelf de ideale belichtingstijd en het ideale diafragma.

Sommige camera's bieden ook nog de keuze uit een diafragmavoorkeuze-stand of een belichtingstijdvoorkeuze-stand. Er zijn camera's die beide hebben. Bij diafragmavoorkeuze stelt de fotograaf eerst het door hem gewenste diafragma in. De camera kiest hier dan automatisch de gewenste belichtingstijd bij. Deze modus is ideaal als een fotograaf volledige controle wil over de scherptediepte.

Bij belichtingstijdvoorkeuze stelt de fotograaf de door hem gewenste belichtingstijd in. De camera kiest dan automatisch welk diafragma er nodig is om tot een correcte belichting van de film te komen. Deze functie is erg handig als een fotograaf per se een korte belichtingstijd wil, bijvoorbeeld bij sportfotografie.

Tenslotte zijn dergelijke camera's ook volledig handmatig in te stellen. De fotograaf kiest dan zowel de sluitertijd als het diafragma zelf. In deze modus is er ook de keuze voor de bulb-stand, meestal aangegeven door een B op het wieltje met sluitertijden. Als de camera hierop gezet wordt, opent de sluiter op het moment dat de fotograaf de ontspanknop indrukt en sluit deze pas weer als de fotograaf de ontspanknop loslaat. Zo zijn opnamen te maken met een langere sluitertijd dan de camera zelf maximaal toelaat.

Afbeelding van http://www.mir.com.my/rb/photography/hardwares/manuals/nikonf/nikonfmanual/select_speed.htm